Over schrijven en publiceren

Nog niet zo lang geleden waren er de nodige schrijvers die een pseudoniem kozen om zich achter te verschuilen. Ze vermeden de publiciteit, vonden dat hun verhalen voor zichzelf moesten spreken. Dáár moest het om gaan, om het verhaal, om de roman. Niet om de schrijver daarachter. Ik deel dat idee.

Het internet en de sociale media hebben de mogelijkheid om anoniem te blijven voor schrijvers veranderd; de druk om zichtbaar en vindbaar te zijn is groot. Pseudoniemen houden moeilijk stand al heeft Elena Ferrante het lang volgehouden. En de concurrentie van verhalen, van boeken, is te groot om ze alleen hun weg in de wereld te laten vinden. Je moet ze wel onder de aandacht brengen anders gaan ze ten onder in de overvloed.

Fictieschrijven heb ik laat ontdekt. Als kind had ik niet de droom om schrijver te worden. Ik wilde met blinde kinderen werken. Die wens had alles te maken met het belang dat ik hechtte aan zien, aan het visuele.

Schrijven begint vaak met kijken, observeren. Uiteindelijk is schrijven verbeelden. Dat is precies wat mij eraan fascineerde toen ik het fictieschrijven ontdekte. Je kunt een wereld creëren, iets wat alleen in jouw verbeelding bestaat tot leven brengen. Niet alleen geeft het voldoening om te maken, voor mij is schrijven ook een manier om grip te krijgen op de werkelijkheid.

In 2018 verscheen mijn debuut ‘Zeemansgraf voor een kort verhaal’ bij Uitgeverij Cossee. In 2020 zag de Duitse vertaling het licht.

Na de verschijning van mijn eerste roman, heb ik me een tijd lang vooral geconcentreerd op het schrijven van gedichten. Ik had na het lange project dat Zeemansgraf was, behoefte aan een andere manier van werken. Een boek schrijven gaat langs lange lijnen, vereist structuur. Ik werk volgens een plan, op verschillende niveaus tegelijk. Alles moet kloppen om de lezer mee te nemen in een fictionele droom die pas eindigt wanneer hij of zij het boek dicht slaat. Bij het schrijven van gedichten werk ik associatiever; je kunt in één gedicht een idee of gedachte uitwerken. Samenhang tussen gedichten ontstaat pas achteraf.

Gedichten schrijven is voor mij een manier om een diepere laag aan te boren, waar ik weer uit kan putten bij het schrijven van een roman.

Uitgeverij De Muze brengt in het najaar van 2021 mijn bundel ‘Het gras van de donderdag, gekleurde verzen’ uit.

Op dit moment werk ik aan een tweede roman, waarvan het thema ‘vatersuche’ is. Wij hebben daar in het Nederlands geen goed woord voor. Het is niet alleen de zoektocht naar een vader die in dat woord besloten ligt, het gaat ook om een ‘vaderverlangen’.

Terwijl ik schrijf aan een roman ontstaat het idee voor de volgende. Een vorm van escapisme is dat. Als je vastdraait in je verhaal is het makkelijker om over iets nieuws te denken. Zo verging het me bij Zeemansgraf en zo gaat het nu opnieuw. Er broeit een idee voor boek drie – ik moet zeggen roman drie – en ik kan niet wachten om aan de research daarvoor te beginnen.